Geschiedenis van HHG Wâlterswâld

Een stukje geschiedenis

Wouterswoude is een kleine, door Gods genade bloeiende gemeente, die ondanks kerkelijke en geestelijke zorgen die ook hier gevonden worden, tot op heden gewagen mag van de bijzondere bemoeienissen des Heeren. Die ook hier het betoont dat Hij trouwe houdt en eeuwig leeft en niet laat varen de werken Zijner handen.’ 
 
Bovenstaande woorden schreef onze oudpredikant ds. L.H. Oosten in 1993 in De Waarheidsvriend over de hervormde gemeente van Wouterswoude. Uit enkele artikelen van zijn hand ontlenen we wat gegevens voor dit stukje (hier en daar enigszins ingekort of aangevuld).
 
Fries Reveil
De provincie Friesland kent een rijke kerkgeschiedenis. Ik hoef alleen maar de namen te noemen van mannen als Bogerman, Hommius, Brakel, Witsius en anderen die een belangrijk stempel gezet hebben op de Kerk der Reformatie in Friesland. Te denken valt ook aan de voormalige academie te Franeker, waar godvruchtige mannen zijn opgeleid, van wie velen de Friese kerk hebben mogen dienen. En niet het minst moet hier ook gesproken worden van het zgn. Fries Réveil van de 19e eeuw, dat zo treffend is beschreven door dr. G.A. Wumkes: een geestelijke opleving in tal van gemeenten, met godvruchtige predikers, gezonde gelovigen en een opgewekt geestelijk leven. Ook in de Friese Wouden had dit Réveil zijn wortels. Wij denken aan de bekende wethouder van Dantumadeel, ouderling Thomas Sjolles Sinia (1823-1880) van Rinsumageest, een man van wiens godsvrucht in heel de omgeving zoveel uitstraalde. Ook in Wouterswoude zat vanouds een godvrezend volk, waarvan de meesten ondanks Afscheiding en Doleantie de Hervormde Kerk trouw bleven.
 
Kerkgebouw en gemeente voor de reformatie
De Hervormde Kerk te Wouterswoude in de Dokkumer Wouden (Noordoost-Friesland) is al zeer oud. Zij moet gebouwd zijn ongeveer aan het eind van de 13e eeuw en was oorspronkelijk van het type, zoals men dat zo veelvuldig aantreft in het noorden des lands: aan de westzijde een toren met zadeldak, aan de oostzijde het koor, in het midden het schip met romano-gotische vensters. Maar in het jaar 1805 vond aan de vervallen kerk een ingrijpende verbouwing plaats. De oude toren bleef ongewijzigd, maar schip en koor werden grondig vernieuwd en grotendeels ommetseld, zodat er gesproken werd van ‘eene zindelijk nieuw gebouwde kerk’. Het zadeldak werd pas aan het begin van onze eeuw vervangen door een korte spits. In de kerk bevindt zich het familiewapen van het Friese adellijke geslacht Van Sytzama, maar de oude herenbank is verdwenen. Het kerkje is liefelijk gelegen op een terp, op een plaats waar vroeger — naar sommige onderzoekers menen — reeds een Germaans heidens heiligdom moet hebben gestaan. In de 8e eeuw kwamen in deze omgeving christelijke zendelingen, van wie de bekendste natuurlijk Bonifatius is, die in 754 in deze omgeving werd vermoord. Anderen, o.a. Liudger, gingen hier voort met de verbreiding van het Evangelie. Overal verrezen christelijke kerkjes. De Reformatie vond in deze streek al vrij vroeg ingang. In 1526 en volgende jaren werden reeds ketters uit deze’ omgeving (Anjum, Driesum) ter dood gebracht. Een sterke aanhang hadden in Friesland de Wederdopers of Anabaptisten.
 
Nog zijn hier vele Doopsgezinden en Baptisten te vinden. In 1566 sloten 30 Friese edelen zich aan bij het Verbond der Edelen tegen de Roomse inquisitie en de strenge bloedplakkaten. De Reformatie scheen krachtig door te breken. In 1572 viel Dokkum met nog enige andere Friese steden in handen van de geuzen, maar deze konden nog geen stand houden tegen de Spaanse overmacht. Dokkum werd uitgemoord. Maar ook de Staatse troepen konden de kerkgebouwen niet met rust laten. Soldaten van de Friese veldheer Frederik van Vervou, hofmeester van stadhouder Willem Lodewijk van Nassau, plunderden de kerk van Wouterswoude, waardoor het oude (roomse) kerkzilver verloren ging. In 1580 werd op besluit van de Friese Landdag ook hier de Reformatie doorgevoerd.
 
De combinatie Wouterswoude-Driesum-Dantumawoude
De eerste predikant kwam in 1582: heer Fredericus, die vanwege het aanvankelijk predikantentekort alle dorpen in de grietenij (gemeente) Dantumadeel had te bedienen. Hij schijnt hier maar kort geweest te zijn. Wouterswoude werd vervolgens gecombineerd met Driesum en Dantumawoude, een combinatie die is blijven bestaan tot 1876. De eerste predikant van deze combinatie was ds. Thomas Johannis Alberti. Het jaar van zijn komst is niet meer bekend. In 1605 vertrok hij naar Grootegast. De laatste predikant van de combinatie was ds. Johannes Abel Victor (1844-1872), een gematigd rechtzinnig man, nadat ook niet-calvinistische predikanten (o.a. ds. G.A. Abbring, 1782-1798; als aanhanger van het Franse bewind ontzet) de gemeente hadden gediend. In de tijd van ds. H.P. van Huisum (1799-1811) was de strijd rond de invoering van de Gezangen hevig. Het was voor hem maar moeilijk om ‘tegen de stroom van domheid en bijgeloof te moeten opzwemmen’, zo meldt de historie. Het geestelijke leven werd vooral gevoed in de bevindelijke gezelschappen, die nogal wat vijandschap ondervonden. 
 
In 1840 ontstond te Wouterswoude een kleine afgescheiden streek-gemeente, thans de Gereformeerde Kerk. Toch bleef het merendeel van de bevindelijken de Hervormde kerk trouw. De gemeente stond sterk onder de invloed van het Réveil. 
Wouterswoude als zelfstandige gemeente
In 1876 werd het zogenaamde Floreenstelsel (stemrecht voor de grootgrondbezitters) opgeheven en de combinatie met Driesum en Dantumawoude ontbonden. Wouterswoude kon nu met de stemmen van de belijdende lidmaten haar eigen predikant beroepen. Voorkeur genoten heel duidelijk predikanten in de geest van de bekende dr. H.F. Kohlbrugge. Ds. P.J. Hopman (door zijn vijanden uitgescholden voor ds. Hoepla) werd hier predikant van 1878-1881. Onder zijn bediening vond een geestelijke opwekking plaats. Het notulenboek gewaagt ervan, hoe in die tijd zondaars werden bekeerd tot het levend geloof in Christus. Dit heeft een krachtig stempel op de gemeente gedrukt en er mede toe geleid, dat de Doleantie (1886) alhier vrijwel geen ingang vond en de gemeente de Hervormde Kerk trouw bleef. Ds. Hopman schafte hier ook de Gezangen weer af, al zijn ze na zijn vertrek soms nog wel gezongen, totdat ds. J.C. van Apeldoorn (1916-1918) er definitief een einde aan maakte. 
 
Inzinking en opwekking
In het begin van de 20e eeuw kwam er helaas te Wouterswoude in de prediking een inzinking, maar nu deed zich in de buurgemeente Driesum een geestelijke opwekking voor onder de bediening van ds. C.B. Holland (1912- 1915). De vruchten op de prediking van diens voorgangers, ds. Gemser en ds. Woldringh, kwamen nu openbaar. Bekommerde zielen mochten doorbreken tot de vrijheid die in Christus is. Door de toestroom vanuit Wouterswoude was de kerk in Driesum in die tijd overvol; die in Wouterswoude leeg. Totdat de kerkenraad besloot: wij moeten ook zo’n predikant hebben als in Driesum. 
 
Zo kwam in 1916 vanuit Sebaldeburen ds. J.C. van Apeldoorn (een oom van ds. L.H. Oosten) naar Wouterswoude, waar spoedig de kerk zo vol was dat de mensen buiten op de stoep voor de deur zaten te luisteren en de kinderen tussen de benen van hun ouders moesten zitten. Het Gezang (waarbij velen in de gemeente hun mond hielden) schafte hij af en hij ging catechiseren uit Hellenbroek. Na drie jaren werd ds. J.C. van Apeldoorn opgevolgd door ds. J.H. Koster, die in 1923 vertrok naar Montfoort. Ook deze zette een krachtig stempel op de gemeente. Van heinde en ver kwamen de kerkgangers, die tussen de diensten overbleven. Het beslag van de schriftuurlijk-bevindelijke prediking is altijd op de gemeente blijven liggen. Dat gaf steeds weer opening voor het Woord en dat bleef – Gode zij dank – niet altijd zonder vrucht. 
 
Een droevige breuk
In 2004 leidde het ontstaan van de Protestantse Kerk in Nederland tot een intens verdrietige breuk in de gemeente. Het deel van de gemeente dat meeging in de PKN bleef gebruikmaken van het oude kerkgebouw. Het andere deel (nu: Hersteld Hervormde Gemeente) is sindsdien samengekomen in het kerkgebouw van de Geref. Kerk Vrijgemaakt aan de Kerklaan te Wouterswoude. Vanwege een toenemend ruimte- en plaatsgebrek is hier begin 2023 een einde aan gekomen. Na een zestal zondagen te hebben gekerkt in dorpshuis de ‘Nije Warf’, vanwege de renovatie van het GKV-kerkgebouw, komt de gemeente sinds zondag 26 februari 2023 samen in de Sionskerk van de CGK aan de Haadwei in Damwoude. Alles overziende belijden we met Jeremia: “Het zijn de goedertierenheden des HEEREN, dat wij niet vernield zijn, dat Zijn barmhartigheden geen einde hebben; zij zijn allen morgen nieuw, Uw trouw is groot. De HEERE is mijn Deel, zegt mijn ziel, daarom zal ik op Hem hopen” (Klaagl. 3:21-23).
 

Kerkzegel

Sinds januari 2006 prijkt op de voorzijde van de kerkbode het een kerkzegel. Dit zegel is niet willekeurig gekozen, maar heeft een rijke historische betekenis. De afbeelding is afkomstig van een steen die in Emden (Duitsland) in de grote Kerk boven een van de ingangen was aangebracht. Als jaartal ziet u aangegeven 1553. Op het randschrift staat te lezen (in hedendaagse spelling): Gods Kerk, vervolgt, verdreven, heeft God hier troost gegeven. 
 
Ds. P. den Ouden gaf hierover in de kerkbode de volgende uitleg: ‘Zoals we allemaal weten braken er in de tijd van de kerkhervorming in de Nederlanden felle vervolgingen uit. Duizenden kwamen vanwege hun belijdenis van de gereformeerde leer op de brandstapel of het schavot. Tallozen leefden opgejaagd en voortgedreven, gedurig in levensgevaar. Op een gegeven moment werd de toestand zo onhoudbaar, dat men uitweek naar het buitenland. Voorzichtige schattingen komen uit op zo’n 40.000 vluchtelingen, uit een land dat toen ongeveer een miljoen inwoners telde. Vanuit het zuiden vluchtte men naar de Palz, de streek rond Heidelberg; vanuit het westen stak men over naar Engeland, waar vluchtelingengemeenten gesticht werden in Londen, Norwich en Dover; vanuit het oosten vluchtte men naar Wezel en boven de grote rivieren vluchtte men naar Emden. 
 
In Duitsland heerste in die tijd namelijk godsdienstvrede en in Engeland regeerde in die tijd de godvrezende jonggestorven koning Eduard VI. Zo zijn in het buitenland de zogenaamde vluchtelingengemeenten ontstaan, die wel in nauw contact bleven staan met het vaderland en de andere vluchtelingengemeenten. De vluchtelingen bestonden voor het overgrote deel uit overtuigde calvinisten, die alles voor hun geloof over hadden. Zij hebben in het buitenland de basis voor de Nederlandse Hervormde Kerk gelegd. Johannes à Lasco, een calvinistische theoloog uit Polen gaf in Londen en later in Emden leiding aan het kerkelijke leven. In Frankenthal was het de bekende Petrus Datheen. Zij zijn het ook die de formulieren voor Doop, Avondmaal en huwelijk hebben opgesteld, die wij nu nog gebruiken.
 
Onder de vluchtelingengemeenten was Emden de belangrijkste. Bijna dagelijks kwamen er schepen met vluchtelingen en hun schamele huisraad aan. Door de Emdenaren werd alle ruimte die maar vrijgemaakt kon worden, beschikbaar gesteld. Zij verhuurden pakhuizen en kelders om bewoond te worden. In de meeste huizen leefden twee gezinnen. We lezen van een bakker die in zijn huis een tijdlang 37 mensen herbergde. Op een gegeven moment waren er in Emden 5000 vluchtelingen, die bijna de helft van de stadsbevolking uitmaakten. Vanwege hun grote gastvrijheid werd Emden in die tijd genoemd ‘de herbergh van Gods kercke.’ Daar verwijst ook het zegel heen. Het schip is de kerk, ‘het scheepken Christi’ dat in Emden een behouden haven vond.
 
In datzelfde Emden werd in 1571 de eerste synode gehouden om het kerkelijke leven van de gemeenten in de verstrooiing voor chaos en wildgroei te bewaren, maar vooral om straks in het vaderland een ordelijk kerkelijk leven te leiden. Wat een geloof sprak daaruit, want in ons vaderland was de kerk ondergronds en leek alles er op te wijzen dat ze uitgeroeid zou worden. Pas in het volgende jaar, 1572, kwam het eerste teken van hoop: Den Briel. Maar in geloof hebben zij ‘op hoop tegen hoop’ (Rom. 4:18) de gereformeerde kerk gesticht. Op die synode probeerde Willem van Oranje de gemeenten over te halen om de Augsburgse Confessie op te nemen, om zo op de steun van de Lutherse vorsten te kunnen rekenen. De Calvinisten hebben dit beslist geweigerd, omdat zij de Augsburgse Confessie niet zuiver achtten. Zij wilden het liever in een rechte weg wagen met de Heere, dan vlees tot hun arm te stellen. Ze rekenden niet met macht en getal, maar zij rekenden met God. En de Heere heeft hen niet beschaamd.
 
U ziet hoe actueel de geschiedenis is. Ook nu (bij de totstandkoming van de PKN) was de Augsburgse Confessie één van de belangrijkste breekpunten, om niet mee te gaan. Ook nu bestaat onze kerk uit tienduizenden zwervers die in hun eigen woonplaats soms geen mogelijkheid hebben om samen te komen of die zich moeten behelpen met schuren en sportzalen. En dat vanwege het vasthouden aan het exclusieve recht, het alleenrecht van de gereformeerde leer. Voor ons in Wouterswoude en omgeving hebben wij een ‘Emden’, een toevluchtsoord gevonden in de Geref. Kerk Vrijgemaakt. Vandaar dat dit zegel ons bijzonder aansprak:
 
Gods kerk vervolgt, verdreven,
Heeft God hier troost gegeven
 
De Heere geve door de bediening van Zijn Woord en Geest dat hier velen die enige troost mogen leren kennen en erin versterkt worden, die nodig is om getroost te leven en zalig te sterven.’

Namenlijst van predikanten